Om deze slachtoffers een gezicht te geven, vertelde burgemeester Polak onder andere over de familie Rozenszajn. Dit gezin van 3 vluchtte in 1938 voor het opkomende geweld uit Duitsland en vond tijdelijk een veilig thuis op Zuideinde 443 in Oostzaan. Daar woonden ze, tot ze in 1942 van de Duitsers weg moesten uit Oostzaan. Uiteindelijk kwamen Jacob, Fajga en hun zoontje Leo terecht in Auschwitz waar ze bruut zijn vermoord. Leo was pas 9 jaar. Hun verhaal laat zien hoe kwetsbaar vrijheid kan zijn.
‘Laten wij zelf een voorbeeld zijn van een gemeenschap die sterk staat in haar verdraagzaamheid. Dat betekent: je uitspreken tegen discriminatie. Je uitspreken tegen antisemitisme. Je uitspreken vóór die ander. Want onverschilligheid of zwijgen is geen optie. We weten waartoe dat heeft geleid. En waartoe het opnieuw zou kunnen leiden.’
