Inmiddels verscheen het Regeerakkoord van D66, VVD en CDA. Als politieke junkie heb ik dat natuurlijk doorgekeken op belangrijke zaken. Met de bril van wethouder financiën gaat de vlag niet echt uit.
Veel kleine gemeenten staan financieel met de rug tegen de muur. Ondanks het nieuwe regeerakkoord Aan de slag blijven problemen rond de onderfinanciering van gemeentelijke taken grotendeels onopgelost. Gemeenten krijgen nog steeds structureel te weinig middelen van het Rijk, terwijl hun takenpakket de afgelopen jaren juist is uitgebreid. Vooral kleine gemeenten voelen deze druk scherp.
Een voorbeeld? De jeugdzorg. Hoewel een extra bezuiniging is geschrapt, blijven kosten hoog en moeilijk beheersbaar. Kleine gemeenten hebben minder schaalvoordelen, beperkte onderhandelingskracht richting zorgaanbieders en nauwelijks financiële buffers. Het gevolg is dat tekorten structureel terugkeren en andere beleidsterreinen onder druk komen te staan.
Een tweede voorbeeld betreft de uitvoering van het sociaal domein, zoals Wmo-voorzieningen en armoedebeleid. Gemeenten zijn wettelijk verplicht deze taken uit te voeren, maar de beschikbare middelen groeien onvoldoende mee met vergrijzing en toenemende zorgvraag. In kleine gemeenten leidt dit tot lastige keuzes: het beperken van voorzieningen, de lokale lasten verhogen of het uitstellen van investeringen.
Een derde voorbeeld is de stapeling van nieuwe taken, zoals klimaatadaptatie, woningbouwversnelling en digitalisering. Allemaal belangrijk, maar het wordt vaak gefinancierd via tijdelijke of geoormerkte regelingen, soms zelfs met efficiencykortingen. Dat vergroot de administratieve last, terwijl structurele dekking ontbreekt.
Kernprobleem is dat verantwoordelijkheden en middelen uit balans zijn geraakt. Zolang het gemeentefonds onvoldoende meebeweegt met taken en kosten, blijven vooral kleine gemeenten kwetsbaar. Daarom had ik gehoopt dat het Rijk structureel zou investeren in het gemeentefonds en zou handelen langs het principe: wie taken oplegt, financiert ze ook volledig. Alleen dan kunnen gemeenten hun rol als eerste overheid voor inwoners waarmaken. Dat laat onverlet dat kleine gemeenten, zoals de onze, te kwetsbaar zijn om zelfstandig voort te gaan.
