Oostzaan is een dorp waar generaties elkaar dagelijks tegenkomen. Op straat, bij de supermarkt, op het water of op het schoolplein. Jong en oud leven hier niet naast elkaar, maar met elkaar. Dat maakt het dorp levendig, en soms ook ingewikkeld.
Veel jongeren vinden het steeds moeilijker om hun toekomst hier voor zich te zien. Ze zijn in Oostzaan opgegroeid, gaan hier naar school, werken hier of hebben hier hun sociale netwerk. Toch is het vinden van een betaalbare woning voor hen bijna onmogelijk. Dat raakt niet alleen de jongeren zelf, maar ook het dorp als geheel. Want wie hier geen plek kan vinden, vertrekt — en komt vaak niet meer terug.
De afgelopen maanden heb ik veel gesprekken gevoerd met jongeren bij wie het niet goed gaat. Jongeren die worstelen met onzekerheid, druk ervaren of het gevoel hebben vast te lopen. Die gesprekken maken indruk op mij. Ze laten zien hoe belangrijk perspectief is: een plek om te wonen, om te groeien en om verbonden te blijven met de gemeenschap waarin je bent opgegroeid.
Ik spreek in diezelfde periode ook inwoners die overlast ervaren van jongeren in de openbare ruimte. Het gaat dan om geluid, om samenscholing of om plekken waar mensen zich minder prettig voelen. Dat zijn signalen die aandacht vragen. Samenleven vraagt nu eenmaal dat we rekening houden met elkaar. Soms moet je daarom ook iemand begrenzen.
In een dorp komen verschillende wensen en behoeften samen. De één zoekt rust, de ander ontmoeting. Die spanning is niet nieuw en verdwijnt ook niet vanzelf. Wat helpt, is het gesprek blijven voeren en elkaar blijven zien.
Oostzaan is geen dorp van “wij en zij”. Het is één gemeenschap, met verschillende generaties en één gezamenlijke verantwoordelijkheid. Alleen door elkaar vast te houden, zorgen we ervoor dat iedereen zich hier thuis kan blijven voelen — nu en in de toekomst.
